De historie van Gaming

Gamen is niet meer weg te denken uit de hedendaagse vrijetijdsbesteding. Vrijwel iedereen heeft thuis een spelcomputer staan, vaak een Playstation of een Xbox. En is dat niet het geval, dan speelt een groot deel van de Nederlandse bevolking haar spellen wel vanaf een goedwerkende PC. De opmars van gamen is een indrukwekkende. Wat veel mensen niet weten is dat het fenomeen al bestond in de jaren ’80. De games uit die tijd zijn verreweg niet te vergelijken met hetgeen nu populair is, maar onderstaande historieschets geeft je in ieder geval een helder beeld van hoe de game-industrie is uitgegroeid tot hetgeen ze vandaag de dag is.

De gamesindustrie in het algemeen
Het ontwikkelen van games, apps en andere multimediale platformen is anno 2015 big business. Niet alleen levert het maken van dit soort producten enorm veel geld op, ze dragen ook bij aan de zogenaamde digitale revolutie. En het vakgebied is enorm. Multimedia omvat lang niet meer alleen games, maar ook ‘s werelds grootste bedrijven als Microsoft en Google behoren tot deze markt.

Vanzelfsprekend is het niet altijd zo geweest. Interactie met een beeldscherm is pas vanaf de jaren ’00 echt groot geworden – daarvoor was de techniek niet voorhanden om dergelijke producties te realiseren. Ideeën waren er wél. Zo stamt het concept voor de eerste generatiespelcomputers uit een tijd dat de televisie nog niet eens helemaal ontwikkeld was. De technicus Ralph Baer bedacht interactieve tv al in 1951. Het idee werd destijds weggewuifd door zijn werkgever.

Eerste generatie
Dat Baer een pionier in het vakgebied was bleek wel uit zijn latere werk. In 1966 zette hij zijn idee alsnog door. Hij ontwikkelde een spelletje dat de naam Chase droeg en getoond kon worden op een televisietoestel. Door vele technici wordt dit moment aangeduid als hét begin van gaming zoals we dat vandaag de dag kennen.

Met analoge elektronica werden in de jaren daarna meer spellen gemaakt voor thuisgebruik, allemaal gebaseerd op het werk van Baer. De spelcomputer was geboren – een wat log apparaat dat thuisgebruikers konden verbinden met hun beeldscherm/televisie. Een succes werd het echter niet. Nog niet.

De successen
Atari is een bekende maker van spellen – ook vandaag de dag. Hun geschiedenis gaat terug tot in 1975. Ze brachten en spel Pong uit – een game die uiteindelijk verantwoordelijk bleek voor een hele serie successen op het gebied van gaming. Het was zo’n beetje het eerste spel dat mensen graag in huis haalden – ondanks het feit dat het spel werd geleverd in 32-bits. Maar het fenomeen spelcomputer bestond – ondanks de schrikbarend lage resolutie.

Latere generaties
Gebaseerd op dit succes begon men in de latere jaren met het steeds moderner maken van diverse soorten spelcomputers. We maken daarbij een sprong in de tijd door vooruit te blikken naar de jaren ’90 – een decennia dat door vele wordt gezien als een periode van ontwikkeling voor de spellen die een uiterlijk hadden zoals we dat vandaag de dag nog kennen. In deze tijd gingen grote bedrijven aan de haal met de inmiddels verouderde techieken van Baer en Atari. Het is daarmee de tijd dat bekende namen al Sega, Nintendo en Sony hun intrede deden en spelcomputers begonnen te ontwikkelen. De PlayStation was het populairst en liet gamers iets ervaren dat nooit eerder was vertoond. Het leidde tot een ware oorlog tussen de verschillende ontwikkelaars van de diverse systemen waarbij Nintendo Sony’s grootste concurrent bleek te zijn met de Nintendo 64.

Portable
Wat Nintendo had en Sony niet was de mogelijkheid om draagbare spelcomputers te ontwikkelen. We kennen ‘m waarschijnlijk allemaal nog wel: de Nintendo Game Boy – later geëvolueerd in de Game Boy Color en de Game Boy Pocket. Deze apparaten markeren de zesde generatie spelcomputers (inderdaad, we hebben in de voorgaande alinea even vijf generaties overgeslagen). De belangrijkste consoles destijds? Dat zijn de namen waarvan we velen nog steeds kennen: Sega, GameCube, PlayStation en Xbox.

Generatie zeven
Ook de zesde generatie spelcomputers werd gedomineerd door Sony. De PlayStation 2 verkocht wereldwijd maar liefst 150 miljoen systemen – een recordaantal. Met een ‘bescheiden’ 22 miljoen bleek Microsofts Xbox niet eens een goede tweede te zijn – het verschil was nagenoeg te groot. Daar moest verandering in komen – en die kwam. De zevende generatie begon in 2004 en markeren het tijdperk van de Xbox 360 en de PlayStation 3. Nieuwkomer was de Wii, een product van Nintendo. De systemen begonnen minder op elkaar te lijken en werden voorzien van technisch vernuft zoals het touchscreen. Nintendo kwam met het dubbele scherm en andere consoles introduceerde de mogelijkheid om te spelen aan de hand van spraakherkenning middels een ingebouwde microfoon. De opties van generatie zeven waren gewoonweg eindeloos.

Portable, deel 2
Sony, uitvinder van de Playstation, was nooit de onbetwiste nummer één voor wat digitale apparaten betreft maar daar bracht men in 2004 verandering in met de PlayStation Portable. Vernieuwend was het feit dat het draagbare mediacentrum niet alleen goed was voor het spelen van games, maar ook voor het luisteren naar muziek en het laten zien van films. Volgens sommigen is de PSP een voorloper op de mobiele telefoons van vandaag de dag.

De achtste generatie
In 2011 is de achtste generatie consoles begonnen waarbij er weer nieuwe consoles en draagbare computers zijn geïntroduceerd. Zo heeft Nintendo de Wii U geïntroduceerd, is de Playstation 4 inmiddels overal te koop en is Microsoft uitgebreid met de Xbox One. De onderlinge apparaten bevatten lang niet meer zo veel verschil in kwaliteit als vroeger het geval was en het is dan ook niet vreemd dan Sony niet zo’n groot marktaandeel meer heeft. De concurrentie neemt toe, evenals de technologische snufjes. Waar dit gaat stoppen? We hebben géén idee maar gezien het feit dat Microsoft in staat is computers te verkopen waarbij bewegingen worden herkend lijkt de vooruitgang van de spelcomputer voorlopig niet te stoppen.